
Info
Opmerkingen
Vergelijkbaar
Ik ben de tegenstander. De vraag bij het antwoord. De vereerde, de gevreesde, de geliefde. De gehate. Alomtegenwoordig, almachtig

Ik ben de tegenstander. De vraag bij het antwoord. De vereerde, de gevreesde, de geliefde. De gehate. Alomtegenwoordig, almachtig